Paul van der Wal: ‘Het brandweerleven zit in je bloed. Als er een uitruk is wil je mee’

HEERENVEEN - Paul van der Wal zat onlangs veertig jaar bij de brandweer Heerenveen. Als het aan hemzelf ligt gaat de 60-jarige Heerenvener door zolang als dat mogelijk is.

,,Dat ik geen dertig meer ben, kan ik wel merken. Als het lichaam op een gegeven moment zegt het houdt op, dan zal ik daar vrede mee hebben. Makkelijk zal het niet worden om te stoppen.”

Vele plakboeken vol heeft Van der Wal over zijn jaren als brandweerman. De krantenknipsels en foto’s verzameld hij samen met zijn vrouw Gea. ,,Ik kan over alle avonturen bij de brandweer wel een boek schrijven. Wie weet doe ik dat ooit ook nog wel.”

Bij zijn veertigjarig jubileum werd Van der Wal verrast door zijn collega’s. Van hemzelf had niet gehoeven, zegt hij. ,,Ik hoef niet zo nodig in het middelpunt te staan.”

‘Collega’s staan altijd voor je klaar’

Zijn vrouw had echter stiekem bekokstoofd dat zijn collega’s van blusgroep twee hem zouden verrassen. ,,Ik zat op de bank Studio Sport te kijken en zag uit mijn ooghoek een blauw zwaailicht in de straat en nog en nog een. Ja, toen wist ik wel genoeg. Ik vind het prachtig dat ze langskwamen. De brandweer is een hele hechte groep. Als er wat dan ook is, staan ze voor je klaar.”

Van zijn collega’s kreeg van der Wal een mand met lekkers. Terwijl hij en zijn vrouw ook een blos bloemen kregen namens Eise Dijkstra en Jan Beuving van de Veiligheidsregio Fryslân. ,,Zoals dat gaat bij een hechte groep als de brandweer werd het vervolgens heel gezellig in huize Van der Wal. Daarbij werd teruggekeken op de veertig jaar dat Van der wal bij de brandweer zit.

‘Dacht soms als ik dit maar overleef’

,,Ik heb mooie, maar ook minder mooie dingen meegemaakt. Ook waren er weleens situaties dat ik dacht: ‘Als ik dit maar overleef’. Zoals in februari 1981 bij een brand in een keukenboerderij Katlijk. We moesten naar buiten van de bevelhebber. Net toen ik dat wilde doen stortte het dak in. Ik heb een veilige plek in het pand opgezocht en zag het brandende dak voor mijn ogen naar beneden naar beneden komen. De tijd was toen anders. Wij blusten van binnen naar buiten. Dat is nu niet meer het geval. Er wordt nu veel meer op veiligheid gelet.”

Ook kortgeleden nog was er een situatie die anders had kunnen aflopen, zegt Van der Wal. ,,We moesten een woning binnen waar een gaslek was. Bij het minste vonkje lig je met zijn allen op straat. Je moet dus met je zuurstofflessen bijvoorbeeld niet te dicht langs muren lopen, geen zaklampen gebruiken en noem maar op. Voor hetzelfde geld gaat het mis. Gelukkig zijn wij zeer goed getraind.”

‘Super om mens en dier te helpen’

Van zijn keus om brandweerman te worden heeft Van der Wal geen seconde spijt gehad. ,,Het is niet alleen supermooi om mensen te kunnen helpen of gedeelte van een huis of bedrijf te kunnen behouden, maar ook is het heel dankbaar om bijvoorbeeld een ree uit het water te halen of een kat uit een boom te halen. Er zijn hele leuke, maar ook mindere situaties. Zoals spoorwegovergangen. Je wordt voorbereid op dergelijke situaties. Je leert het pas hoe het is als je het meemaakt. Ik heb alles wat dat betreft op mijn netvlies, maar kan er goed mee omgaan. Er zijn ook collega’s die er moeite mee hebben. Dat geeft niets. Als zij dat aangeven, nemen wij die taak voor hen over. En zolang ik door de jaarlijkse keuring kom, ga ik door.”

Van der Wal weet nog goed wat zijn eerste ‘klus’ als brandweerman was. Dat was in de tijd toen hij werkzaam was bij Machinefabriek Van Wijngaarden in Heerenveen. Eigenaar Koos van Wijngaarden was in die tijd commandant van de brandweer Heerenveen.

,,Zes of zeven van mijn collega’s zaten ook bij de brandweer. Als dan het alarm ging vlogen zij de fabriek uit en door de steeg achter de Van Dekemalaan naar de kazerne. De baas vroeg of ik ook bij de brandweer wilde. Ik moest eigenlijk in militaire dienst. Ik viel onder de lichting 1958. Omdat die werd vrijgesteld van militaire dienst ben ik de brandweercursus gaan volgen. In de opleiding moest ik meteen ‘mee op uitruk’, zoals dat heet. In mijn werkoverall ging ik vervolgens mee. Dat is nu ondenkbaar. Het betrof een ongeval op de A32. Daarbij bleek een expediteur uit Joure om het leven te zijn gekomen. Ik heb meegeholpen hem uit het wrak te halen”, zegt Van der Wal, terwijl hij een plakboek toont met het betreffende krantenknipsel, waarbij hij pontificaal op de foto staat, terwijl hij bezig is met het slachtoffer te bevrijden.

‘Zit in het bloed’

Dergelijke verhalen komen voorbij als was het de dag van gisteren. Nagenoeg elk detail, elke situatie. Alles zit als een pop-up archief in het hoofd van Van der Wal.

,,Het brandweerleven zit in je bloed. Elke brandweerman wil mee op uitruk als de pieper gaat. Het is ook eens tukje leuke spanning. Dat ikzelf ook nog altijd mee wil naar elke situatie vind ik voor mijzelf een goed teken.”

Voor zijn werk voor de brandweer werd Van der Wal op 16 september 2009 beloond met een Koninklijke onderscheiding. Hij werd destijds benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. De bijbehorende oorkonde hangt nog altijd pontificaal in de hal. Terwijl het speldje een plek heeft gekregen in een stolpje.

,,Dat was een enorme verrassing. Op een feestavond werd ik samen met een aantal collega’s naar voren geroepen. Niet iedereen krijgt een onderscheiding. Je moet verplicht zoveel procent van de oefeningen hebben gevolgd. Daarnaast moet je beschikbaar zijn als je dienst hebt. Je kunt dus in dat geval niet zomaar even weg in het weekend. Ik vind het echt super dat ik die onderscheiding heb gekregen. Je moet er namelijk echt wel wat voor doen.”

Zoon Marco bij brandweer

In Huize Van der Wal is ook zoon Marco sinds 1995 jaar besmet met het brandweervirus.

,,Ik denk dat dat door mij komt. Vroeger ging hij al altijd mee naar de kazerne. Dan hielp hij ook mee. Bijvoorbeeld bij het poetsen van de wagens. Dat vond hij prachtig. Mijn jongste zoon heeft er niets mee. Die werkt net als mijn vrouw in zorg. Dat mijn zoon Marco bij de brandweer zit vind ik hartstikke mooi. We zijn ook wel samen op uitruk geweest. Het allermooiste wat dat betreft vond ik dat we samen naar een boerderijbrand moesten en beiden chauffeur waren van een wagen. Ik zat in de eerste blusauto. Op een gegeven moment werd de brand opgeschaald en moest er nog een blusauto komen. Die werd door Marco bestuurd. Net als ik was hij toen pompbediende achter de wagen. Daarbij ben je verantwoordelijk voor het water en het schuim. Dat vond ik wel bijzonder.”

Ook bijzonder noemt Van der Wal het moment waarop zijn zoon bij de brandweer kwam. Dat was op 1 augustus 2008. Hans Duim verliet destijds de brandweer.

Samen met Marco stond Duim toevallig ook op een foto die was genomen op een open dag. Dat was in augustus 1995. Daarbij mocht Marco de brandweerslang vasthouden terwijl die water spoot. Duim begeleidde hem daarbij.

,,Op dezelfde dag dat Hans duim eruit ging, startte Marco met de brandweeropleiding.”

Altijd paraat zijn

Net als hijzelf hoopt Van der Wal dat ook zijn zoon nog vele jaren bij de brandweer actief kan zijn.

,,Veertig jaar vind ikzelf ook wel bijzonder. Je moet er veel voor over hebben. Niet alleen qua uren en zorgen dat je fit blijft. Maar ook altijd klaarstaan om te pieken. Ook midden in de nacht. Als de pieper gaat moet je binnen drie minuten in de kazerne zijn. Als het aan mij ligt ga ik door tot mijn zeventigste. Dat zal niet kunnen. Zelf werk ik nu sinds zestien jaar bij JD Engineers in Joure. Dat hoop ik nog vijf jaar te doen. Dan denk ik toch op mijn lauweren te willen rusten. En wie weet ga ik dan een boek uitgeven.”

(Tekst Jitze Hooghiemstra)