Nogal wiedes | Relatief rustig

Ondanks diverse voorzorgsmaatregelen zoals het afsluiten van parkeerautomaten en prullenbakken is er in de gemeente Heerenveen een behoorlijke schadepost ontstaan door illegaal vuurwerk, las ik.

In totaal is er voor vijfduizend euro vernield aan afvalbakken, verkeersborden en straten. Hoewel de gemeente zelf spreekt over een relatief rustig verlopen oudejaarsnacht, liet burgemeester Van der Zwan via Twitter weten te balen van de schade. „Jammer, het is schade voor ons allemaal.”

Die kwalificatie ‘relatief rustig’ is niet nieuw. Sinds jaar en dag hanteren de autoriteiten dat eufemisme. Meestal volgde daarna een ware litanie, ook twintig, dertig jaar geleden al: restaurant in de fik gestoken, alle ruiten van een school ingegooid, te hoog oplaaiende kerstboombranden, verminkte handen en ogen, zwaar vuurwerk richting politieambtenaren, zelfs enkele dodelijke slachtoffers en zo meer.

Kortom, geen gezapig feestje. Het was eerder complete anarchie, maar we accepteerden het gelaten. We plakten gedwee het etiket ‘relatief rustig’. Sinds de recente jaarwisseling kunnen we het Scheveningse ‘vliegvuur’ (het woord van het jaar is meteen bekend) toevoegen.

‘Relatief rustig’ horen we steeds minder. De discussies laaien hoog op. Met elkaar in gesprek gaan doen we niet meer. Vuurwerk moet - net als Zwarte Piet - verboden worden, schreeuwt de een.

Nú, metéén. Kom niet aan onze tradities, roept de ander. Nu níét, nóóit niet. Toch zullen beide groepen om de tafel moeten over vuurwerkvrije zones, het indammen van de Oudejaarsgekte, roetveegpieten en nog meer. De oer-Hollandse traditie van het poldermodel is zo gek nog niet.

Bij ons in de straat was het rustig, nee niet relatief, écht rustig. Nou ja, bijna. Er gingen wat rotjes af, enkele vuurpijlen werden afgestoken, er was siervuurwerk, zag ik. En ging rustig slapen.

(Tekst Rob Kerkhoven)