Veenbranden: Computerwachtwoorden

Heerenveen - Als ik ergens een hekel aan heb is het het onthouden van al die wachtwoorden. Voor de gekste dingen moet je eerst een wachtwoord bedenken om bij de informatie te komen die je nodig hebt. Je kunt het een goeie hersentraining noemen, trainen in onthouden van. Maar is dat niet wat verspilde energie? Het is nuttiger om bijvoorbeeld boodschappenlijstje uit je hoofd te leren. Of bridgeregels en afspraken. Of vertrektijden van treinen en het perron waarop je moet zijn. Daar heb je tenminste iets aan.

Denk ik dat ik een makkelijk wachtwoord heb bedacht, liefst eentje die ik ook al ergens anders voor gebruik. Blijkt er weer een extra leesteken in te moeten. Of een hoofdletter. Of een cijfer. Nu heeft mijn kleinzoon een centraal wachtwoord voor zijn oma op mijn computer geïnstalleerd, waar ik al mijn andere wachtwoorden in kan stoppen. ‘Kom er even naast zitten’, zegt hij, ‘dan leg ik het je uit’. Ik knik ijverig. ‘Nu moet je het zelf doen’. Dubbelklik hier, aanvinken daar. Allemaal van die computertermen die je geacht wordt te begrijpen. Ik hoor de ondertoon van: die oude mensen, vreselijk, zo onhandig. Maar hij blijft geduldig en begrijpend, mijn kleinzoon. Dan komt het belangrijkste. Het sleutelwachtwoord. ‘Want oma, als je dat vergeet, ben je alles kwijt’. Als een zwaard van Damocles gaat het om mijn nek hangen. ‘Mag ik het ergens opschrijven?’ Nee, dat mag niet. Ik moet, als oefening, de hele procedure nu zelfstandig uitvoeren, inclusief het hoofdwachtwoord. Gelukkig, dat heb ik nog paraat. ‘Heb je ook het uitroepteken gezet’? Nee, dat heb ik niet, dat zit nog niet in mijn hoofd. Opnieuw dus. Toch een erg handig systeem denk ik. En natuurlijk ga ik ergens dat ene belangrijke wachtwoord opschrijven in mijn agenda. ‘En’, zegt kleinzoon, ‘je mag me altijd bellen’. Hetty Runia