Hoogste werkstraf geëist voor overvallers bromfietshandel

LEEUWARDEN - Het openbaar ministerie in Leeuwarden heeft hoge werkstraffen geëist tegen de twee mannen die op 20 januari 2012 verantwoordelijk waren voor de overval op een bromfietshandel in Nieuwehorne. De verdachten, een 21-jarige inwoner van Wolvega en een 25-jarige man uit Blesdijke, lijken momenteel hun leven redelijk op de rails te hebben. Dat was voor de officier van justitie aanleiding om geen vrijheidsstraffen te eisen.

De overval is gepleegd door de man uit Blesdijke, de Wolvegaster bleef in de auto – een zwarte Mercedes- wachten. De 25-jarige had geld nodig, zijn kompaan zou gezegd hebben dat de bormfietshandelaar aan de Schoterlandseweg in Nieuwehorne altijd wel contant geld voorhanden had. De overvaller zou hebben geroepen dat hij een mes had. Dat bestreed de Blesdijker. Ook zou hij het slachtoffer niet bij de keel hebben gegrepen en in de houdgreep richting de balie hebben gesleept. Dat had de handelaar wel verklaard. Door de worsteling viel een vitrinekast om. De verdachte beweerde dat hij in paniek was geraakt en bij het wegvluchten ten val was gekomen. De eigenaar van de bromfietszaak had hem nog een paar rake klappen gegeven met een velg. De Blesdijker legde de schuld bij zijn maat neer. 'Hij heeft mij opgestookt', zei de verdachte. De man had nog meer op zijn kerfstok: begin augustus 2011 was hij op een parkeerplaats in Steenwijk met zijn auto tot twee keer toe ingereden op een vrouwelijke parkeerwacht. De Blesdijker was boos omdat hij een parkeerboete had gekregen. In december van dat jaar had hij ingebroken in de kantine van FC Oldemarkt. Een kleine maand later volgde een inbraak in het gebouw van buurtvereniging de Basse in Basse. De Blesdijker heeft 49 dagen in voorarrest gezeten, hij kwam vrij onder voorwaarde dat hij zich liet behandelen. Hij kreeg bovendien een enkelbandje. De Wolvegaster zat een dag langer in voorarrest. Hij verscheen niet op de zitting omdat zijn vriendin op punt van bevallen stond. Het lijkt erop dat beide mannen een positieve draai aan hun leven hebben gegeven. Daarom vond de officier het geen goed idee om ze opnieuw naar de gevangenis te sturen. Hij eiste voor beide verdachten de maximale werkstraf van 240 uur en 15 maanden voorwaardelijke celstraf. Verder wil de officier dat de twee eventuele behandelingen en trainingen bij de reclassering volgen en afmaken. De schadevordering van de bromfietshandelaar kan wat de officier betrof in zijn geheel worden toegewezen. Het slachtoffer vorderde 1000 euro smartengeld en 775 euro aan materiële schade. De Leeuwarder rechtbank doet op 4 april uitspraak.