Abe Lenstra’s geboortehuis: een vergeten historische plek

Heerenveen - Het overlijden van Hil Lenstra - Wisman (87) eind vorig jaar roept ongetwijfeld herinneringen op aan haar man Abe, in zijn gloriejaren een ongekend sportidool. Zelf werd Abe 64 jaar. Hij overleed in september 1985 na een ongeëvenaarde voetballoopbaan.

De eigenzinnige voetbalkunstenaar bracht de eerste jaren van zijn jeugd door aan de Badweg, toen nog een doodlopende, nette arbeidersbuurt met aan het eind een karakteristieke houtzaagmolen als blikvanger. Merkwaardig is dat slechts weinig Heerenveners weten waar de wieg van hun beroemde plaatsgenoot heeft gestaan. Stel de gemiddelde Nederlandse voetbalfan dezelfde vraag over Johan Cruijf, tien tegen één dat hij onmiddellijk het Amsterdamse Betondorp noemt. Zo niet in Heerenveen. Weinigen weten van het geboortehuis van ús Abe. Er staat bij de ingang van de steeg, waar Lenstra als kleuter zijn eerste balletje trapte, geen bordje ‘Hier werd een van Nederlands grootste voetballers geboren’. Riemer van der Velde had waarschijnlijk het gelijk aan zijn kant toen hij eens opmerkte: ‘Als niet Johan Cruijf maar Abe Lenstra in Amsterdam geboren was, dan was niet Cruijf maar Abe tot voetballer van de vorige eeuw gekozen’. Abe’s geboortehuis maakte deel uit van een viertal krappe huurwoningen onder een gemeenschappelijk dak. De Lenstra’s woonden aan de achterkant, niet zichtbaar van de weg. Men had geen stromend water, maar wel een tuin die grensde aan de later gedempte Kempenaarswijk naar Nieuweschoot. De ‘tontsjes’ werden er wekelijks door de Gemeente opgehaald. Daar baarde moeder Janke op 27 november 1920 het latere voetbalfenomeen. In de aangrenzende, nauwe steeg vermaakten Abe en zijn iets oudere broer Jan zich in hun kleutertijd urenlang met balletje trappen. Wie nu in de buurt naar Badweg nr. 77 vraagt, loopt tegen ongeloof aan. De meeste buren weten niet dat zij op ‘historische grond’ wonen. Het woningblok is sinds de jaren vijftig bij stukken en beetjes gerenoveerd. De foto van de voorkant dateert van 2011. Toen de buren in 1920 op de gedenkwaardige dag van Abe’s geboorte een kijkje kwamen nemen, zette de weelderige bos haar van de ‘lytse poppe’ de kraamvisite op een dwaalspoor. Abe leek meer op een meisje dan op een jongen, zo wil het verhaal. De later typerende zwarte kuif zou symbool staan voor de rest van zijn succesrijke voetbalcarrière. Het was in het achteraf liggende huis langs de spoorlijn naar Wolvega geen vetpot. De officiële huurders waren Abe’s ‘pake en beppe’, die uit een rood nest kwamen en Ferdinand Domela Nieuwenhuis vereerden. Moeder Janke trok met haar man Mindert bij hen in en beviel er van de toekomstige stervoetballer. Volgens de auteur van het boek ‘Abe’ , sportjournalist Johan Mast, waren de eerste ballen waar hij en zijn broer Jan op klompen furieus tegenaan schopten, proppen papier die grootmoeder Gepke Suierveld tot een balletje in elkaar flanste. Het destijds 19-jarige buurmeisje Rika Mulder bewaarde daar een halve eeuw later nog herinneringen aan. ‘Beppe moat komme, de bal leit yn ‘e goate’, weerklonk het dan in de trieste steeg. En dan draafde beppe Gepke weer op om met een ragebol de papieren bal uit de dakgoot te vissen. Mindert Lenstra heeft er zich later nooit op kunnen beroemen dat hij de man was die zijn beide zonen de fascinatie voor het voetbalspel heeft bijgebracht. Zijn interesse lag bij het paardenrennen, waarvoor de latere handelsreiziger stad en land af reisde. Als Abe’s ‘ontdekker’ staat een Grouster oom geboekstaafd, omke Ruurd Bergsma. Toen Abe vijf was, verhuisde het gezin naar een riantere en grotere woning aan de Compagnonstraat. Van daaruit begon ús Abe zijn zegetocht over de Nederlandse voetbalvelden.