Willem van Althuis centraal in kunstmuseum

HEERENVEEN - Het werk van Willem Van Althuis (1926-2005) staat voor de tweede keer centraal tijdens een grote tentoonstelling in Museum Belvédère. Deze duurt van 15 juni tot 1 september. De aanleiding is het verschijnen van een monografie over zijn leven en werk, waarin voor het eerst het gehele oeuvre wordt bekeken.

Van aarzelende aanzetten en imitaties van andermans werk, tot het langzaam zoeken – en vinden – van die kenmerkende eigen stijl vol sfeervolle figuratie en bedachtzame abstrahering, waarmee Van Althuis een unieke signatuur ontwikkelde. De kunstenaar werkte aanvankelijk als stratenmaker bij de gemeente Heerenveen en begon pas rond zijn veertigste levensjaar te schilderen. Hij bleek een opmerkelijk en authentiek talent. Twee jaar na zijn debuuttentoonstelling bij Thom Mercuur in het Coopmanshûs te Franeker (1973), exposeerde hij al in het Stedelijk Museum van Amsterdam (1975). Zijn naam was vrijwel meteen gevestigd en hij maakte een explosieve groeiperiode door. Binnen zijn oeuvre zijn meerdere periodes en verschillende series te onderscheiden. Zo zijn daar de ‘paartjes’, die bestaan uit een figuratieve voorstelling en een abstracte vertaling, met als meest bekende voorbeeld het Zuurkoolpakhuis in Heerenveen. Hij verdiepte zich in blues en greys, maakte tevens enkele rode schilderijen en experimenteerde met weergaven van gescheurd en gevouwen papier. Ook legde hij de oude visafslag van Laaxum meerdere malen vast in een reeks verwante schilderijen, die steeds hetzelfde formaat hebben (24 x 30 centimeter). Het schilderen betekende een grote krachtsinspanning, zeker als het grote formaten betrof. Van Althuis ging uiterst zorgvuldig te werk en besteedde bijzonder veel aandacht aan het vinden van de juiste kleur. Hij stelde als een alchemist zijn eigen verf samen en het prepareren van het palet was daardoor een even intensief als tijdrovend ritueel. Bij het schilderen bracht hij de verf aan in kleine toetsjes met dunne penselen. Hij kon zich echter nooit een lange pauze permitteren, omdat anders de verf te droog werd en zichtbare overgangen konden ontstaan. Bij grote werken betekende dit afwisselend enkele uren schilderen en enkele uren slapen, net zo lang totdat het schilderij voltooid was.