,Handelen burgemeester niet buiten de perken’

HEERENVEEN - Ruim 35 pagina’s heeft onderzoeksbureau BING nodig gehad om tot de conclusie te komen dat het handelen van burgemeester Tjeerd van der Zwan en gemeentesecretaris Febo Perdok inzake de kwestie rond het ,lekken’ van wethouder Age Hartsuiker ,proportioneel’ is geweest. Wel wordt de aantekening gemaakt dat de burgervader en zijn secretaris in zoverre ,gezondigd’ hebben door geen extern bureau in te schakelen.

In een vertrouwelijke e-mail van Perdok aan het college had hij een motie van de PvdA doorgerekend om de onroerend zaakbelasting te verlagen en om lokale ondernemers korting te geven op bouwkavels. Toen de inhoud van deze mail in een provinciaal dagblad verscheen, roken Van der Zwan en Perdok onraad. Ze lieten een scan los op de weg die de betreffende mail had afgelegd en toen bleek dat Hartsuiker hem had doorgestuurd naar de fractieleden van zijn partij GemeentebelangenHeerenveen. En Dirk Tuithof van die partij had hem daarop doorgesluisd naar de Leeuwarder Courant. Burgemeester Tjeerd van der Zwan stak kort daarna niet onder stoelen of banken bijzonder aangeslagen te zijn door het gedrag van zijn wethouder. ,,We hadden een speciale relatie met Hartsuiker. Hij was redelijk onervaren en wij wilden hem helpen. Het is dan ook erg zuur dat uitgerekend hij ons vertrouwen zo heeft beschaamd.” Hij gaf op een haastig belegde persconferentie al toe dat hij de gewraakte mailscan had moeten laten uitvoeren door een extern bureau. ,,Dat we het intern gedaan hebben, wil niet zeggen dat we juridisch fout zitten. Het ging ook niet om privemail, maar om gemeentemail. We hebben dan ook geen enkele wet overtreden. Er zijn bij het onderzoek geen e-mailboxen ingekeken. Er is alleen feitelijk onderzocht welke gang het desbetreffende mailtje heeft afgelegd.” Het onderzoeksbureau geeft hem daarin gelijk. ,,Onder deze omstandigheden was onderzoek naar de vraag hoe de informatie bij de krant terecht was gekomen gerechtvaardigd,’’ stelt men. ,,Een gericht onderzoek om na te gaan of het bericht van de gemeentesecretaris was doorgezonden, was daarbij niet alleen effectief, maar gelet op voornoemde omstandigheden, ook passend,’’ concluderen de onderzoekers. ,,Met het onderzoek is nagegaan of de gemeentelijke e-mailfaciliteiten aanwijzingen bevatten dat het bericht naar derden is verstuurd. Dergelijk onderzoek kon in dit geval zonder een al te grote inbreuk te maken op de privacy van betrokkenen, door het onderzoek gericht te doen en over een beperkte periode.’’ Aan beide voorwaarden voor proportionele toepassing is voldaan, stellen de rapporteurs vervolgens. ,,Het onderzoek was niet gericht op de inhoud van de communicatie c.q. e-mails. Er is ook geen onderzoek verricht van de e-mailbox van een bepaald persoon.’’ Het rapport stelt verder: ,,Dat de burgemeester is afgegaan op het advies van de gemeentesecretaris, is hem naar onze mening niet aan te rekenen. Hij heeft in het proces voorafgaand aan het instellen van het e-mailonderzoek gevraagd of dergelijk onderzoek mogelijk was en deze vraag werd bevestigend beantwoord.’’ Kritiek hebben de onderzoekers echter wel: ,,Nadat er een gesprek had plaatsgevonden tussen de gemeentesecretaris, de burgemeester en de voorzitter van GBH op donderdagmiddag 14 november jl., heeft de burgemeester nogmaals gevraagd of alles volgens het protocol was verlopen. Dit omdat door de partijvoorzitter van GBH werd aangegeven dat het bewijs voor de handelwijze van de betrokken wethouder, onrechtmatig was verkregen. Onzes inziens is de burgemeester hierover van ambtelijke zijde meermaals onjuist geïnformeerd. Idealiter had hij meer c.q. schriftelijke onderbouwing kunnen vragen aangezien e-mailonderzoek een zwaar middel is.’’